Alle kantoorgebouwen of gebouwen met een kantoorfunctie groter dan 100 m2 moeten in 2023 een energielabel C hebben. Overigens dienen alle gebouwen met een labelplichtige functie groter dan 50 m2 te zijn voorzien van een energielabel. Tevens is de nieuwe NTA8800 met bijhorende nieuwe opnamemethodiek energielabels op komst. De markt van energielabels is roerig, er gebeurd veel en veel mensen en organisaties hebben een energielabelplicht. De prijzen van energielabels voor utiliteitspanden lopen flink uit een. Hoe kan dit en is goedkoop wel duurkoop?

Om te beginnen zijn er meerdere onderzoeken geweest naar de betrouwbaarheid van energielabels. Er is een start gemaakt met het rapport “Betrouwbaarheid energielabels bij utiliteitsbouw” uit 2012 van de Inspectie Leefomgeving en Transport. In dit rapport kwam naar voren dat 13 van de 47 (27,7%) herkeurde energielabel kritiek afweken. Een kritieke afwijking betekend een afwijking groter dan 8% op het herkeurde label. Hierbij dient het energielabel opnieuw afgemeld te worden. In het rapport “herhalingsonderzoek betrouwbaarheid energielabels bij utiliteitsbouw”, tevens van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ditmaal uit 2013 was dit aantal gestegen tot 15 van de 47 gebouwen (31,9%).

Hier tegenover staat het rapport van KPMG in opdracht van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In deze rapportage wordt er gesproken over het aantal kritieke afwijkingen dat de certificatieinstellingen (CI’s) rapporteren. Dit rapport, “Rapportage Evaluatie kwaliteitsborging energielabels utiliteitsbouw” uit maart 2018 schrijft dat er in 2013 8,8% van de gecontroleerde energielabels ‘kritiek’ afweken. Wel is hier een stijgende trend in te zien met in 2014 11,2%, in 2015 11,6% en in 2016 zelfs 13,1% krit.

Als oorzaken worden in de “Rapportage Evaluatie kwaliteitsborging energielabels utiliteit” onder andere genoemd, tijdsdruk (prijsdruk), slordigheden, onnauwkeurigheid en onduidelijkheid in het opnameprotocol. In feite zijn deze allen terug te voeren op het prijspeil. Wanneer er een goede prijs wordt betaald is er niet alleen voldoende tijd om nauwkeurig te werk te gaan maar is er ook binnen de bedrijven de mogelijkheid om budget te creëren zodat het uitvoerend personeel de tijd heeft om zich bij te laten scholen, te verdiepen in veranderingen die in de markt en de opnameprotocollen spelen.

Gevolg
Is het dan erg om een verkeerd label te hebben? Ja en nee. Op zichzelf doet het label natuurlijk niet zoveel. De impact op de waarde van een pand is tevens nihil. Echter bent u van plan grote investeringen te doen in het pand om het naar label C te krijgen maar blijkt later dat het conform de norm al een C was, dan is dit natuurlijk wel een groot gevolg. Of andersom u investeert flink om het naar een C te krijgen en vervolgens komt bij een controle aan het licht dat het toch een D is na uitvoering van de geadviseerde maatregelen.

Is goedkoop hiermee duurkoop en zijn fatsoenlijke prijzen een garantie voor kwaliteit? Nee. De kans dat bedrijven die goedkoop zijn door tijdsdruk meer fouten maken is wel groter. Is voor een klant de kwaliteit van een energielabel te controleren? Lastig. Door bij een uitvraag niet alleen het label maar ook het complete dossier op te vragen kunnen partijen die zich ‘minder aan de regels houden’ wel afgeschrikt worden. Door bij uitvragen van grote aantallen labels een second opinion mee te nemen in het geheel kan de kwaliteit gecontroleerd worden waarna er afspraken gemaakt kunnen worden.

Wat kunt u doen:

  • Juiste uitvraag
  • Vragen om certificaat van de inspecteurs ter plaatse
  • Second opinion bij grotere gebouwen of meerdere gebouwen.
Scroll to Top